Geschiedenis

In 1992 werd Sd'A Gent opgericht door Geert Vancayzeele en Kristof Lobeau in navolging van Sd'A Oostende (opgericht in 1990) waar de club tot op heden nog altijd bloeit. Ook in Leuven werd Sd'A opgericht maar hield zijn bestaan jammer genoeg niet lang vol.
 

1. Geschiedenis van Sd’A

Men meent soms dat de Sd’A – geschiedenis uitermate lang, ingewikkeld en vervelend is. Dat is niet zo! Ze is niet langer dan de geschiedenis van de meest moderne naties, de ingewikkeldheid ervan is meer schijn dan werkelijkheid, en verveling slaat slechts toe bij vervelende personen, waarvan we hierbij het recht ontnemen de verdere hoofdstukken te lezen. Het is waar dat Sd’A, aardrijkskundig gesproken, een enorm uitgestrekt en afwisselend gebied beslaat, dat waarschijnlijk weinig bekend is bij de lezers, en zelfs bij de leden. Het is ook waar dat deze club een groot aantal volkeren afvaardigt, waarvan de oorsprong en herkomst de meesten onzer vermoedelijk slechts een vage voorstelling hebben en waarvan de namen zelfs de meest doorwinterde Afrika –kenner haast altijd exotisch in de oren klinken.

Dit zijn slechts op zijn hoogst uiterlijke moeilijkheden: een grondige blik op de landkaart, het hardop herhalen van enige namen en een korte beschouwing van de grote lijnen der Sd’A – geschiedenis zullen die grotendeels uit de weg kunnen ruimen. De eerste twee wenken opvolgen, is de taak van de lezer. Het doel van deze beknopte inleiding is het derde punt. De eerste sporen van de Sd’A vinden we terug in de stad ASGALUM. Recente opgravingen daar hebben uitgewezen dat een groep barbaren, die plaatselijke geschiedkundigen “ISTEA” noemden, (waarschijnlijk een verbastering van Sd’A), zich daar goed te deden aan spijs, drank en andere vleselijke lusten. Die liederen die ze zongen, hadden het over CIMMERIE, hun vaderland nabij de Poolcirkel dat ze verlaten hadden, belust op zwakke buit en avontuur.

Ook in ZAMORA wordt er melding gemaakt van de zeer gedisciplineerde, ordentelijke, bonte bende barbaren. Zij schijnen toen al vastomlijnde ideeën en vooropgestelde bedoelingen na te streven. Visioenen van onbeperkt drinken en eten, schitterende juwelen, onderdanige slaven en de hete kussen van mooie vrouwen van hogere afkomst: dat waren de dingen die hen verder zuidwaarts dreven. In het zuiden, dachten ze, zou hun forse gestalte en grote kracht hen te midden van de in steden opgegroeide zwakkelingen zonder veel moeite roem en fortuin brengen. Het is dus niet zo dat alle beschavingen het product zijn van geografische en klimatologische factoren!

Hoogstwaarschijnlijk trokken ze toen omstreeks 750 na Chr. opeens westwaarts en belandden ze zo in de contreien. Hier vormden ze een betrouwbare buffer tegen de steeds driester wordende aanvallen van de Noormannen. Hun geschiedenis is nadien afwisselend geweest, doch heeft sinds 1550 onafgebroken een treffend kenmerk vertoond: een constante groei in getalsterkte en in grondgebied. Bovendien zijn de Sd’A-ers meer dan alleen vruchtbaar, ze zijn een begaafd volk welk bijdragen tot de wereldliteratuur op het gebied van letterkunde, muziek en schone kunsten sedert lang hoog aangeslagen worden door allen die meer dan oppervlakkig van de kennisgeschiedenis kennis nemen.

De bijzondere regeringsvorm waar in punt 2 dieper wordt ingegaan, en de spanningen die in de jaren ’50 en ’60 ontstonden tussen deze regering en andere Westelijke mogendheden, waren er oorzaak van dat de Sd’A vooruitgang op technisch en sociaal gebied steeds op gemengde gevoelens werd onthaald. In elk geval is één ding zeker: deze vooruitgang is geen bijproduct van deze bestuursvorm, maar een uiting van een fundamentele drang van de menselijke geest, een stroming in de algemene evolutie van het mensdom. Tot zover deze beknopte geschiedenis van Sd’A, die door jullie schachten zeker uit het hoofd dient gekend te zijn!

2. Bestuursvorm van de Sd’A Gent

Wanneer het nodig wordt gevonden, komen de democratisch verkozen leiders van de groep, naar aloude traditie het praesidium genoemd, in een zorgvuldig – voor niet ingewijden geheimgehouden – gekozen plaats bijeen. Het praesidium bestaat uit minimum 7 mannen, of is bij uitzondering een gemengd bestuurslichaam. Op deze vergadering worden de problemen van de groep besproken, en wanneer een publieke uitspraak over een of andere gebeurtenis zich opdringt, wordt deze zo gesteld dat eenieder er zich in terugvindt. Voor het opstellen van deze consensus kan eenieder zijn zegje doen, waarna het uiteindelijke standpunt door een democratische stemming tenslotte wordt aanvaard.

Dit hoogste bestuursapparaat wordt geleid door een praeses, dit is een democratisch verkozen vrij man. Naast hem zit altijd een Quastor of Penningmeester, een Ab-actis of Secretaris, een Vice-Praeses of Waarnemend Praeses en een Cantor. De eveneens alom geprezen discipline in de rangen erin wordt gedrild door de Zedenmeester. Hij ziet erop toe dat de uitspattingen van de commune niet uit de hand lopen. Vervolgens is er de Schachtentemmer, hij is de man die de foetussen doopt tot schachten en hij staat in voor de strenge opvoeding van deze doorgaans nog wilde meute, domme en ongemanierde soepkiekens tot volwaardige, respectabele, te benijden clubleden. De uiteindelijke hiërarchie ziet er als volgt uit: aan de basis staan de schachten. Deze werden uit het gewone volk gekozen, of werden na aanvraag ontvankelijk bevonden voor de idealen waar Sd’A voor staat of strijdt. Na het bewijzen van hun capaciteiten door het correct uitvoeren van intellectueel hoogstaande proeven krijgen ze de kleuren van de groep over hun linker schouder opgehangen en wordt van hen verlangd dat ze het positieve beeld van Sd’A verder uitstralen.

Boven deze vrije meute staan de Commilitones. Deze selecte groep stijgt boven de schachten uit vanwege anciënniteit en bewezen diensten. Ze worden dan ook met veel respect behandeld. Uit deze keurgroep wordt uiteindelijk eens per jaar het praesidium verkozen.

3. Symboliek

Hoever de naamd Sd’A terug gaat weet niemand nog. Historici menen echter dat de groep die naam kreeg toen ze op hun tocht zuidwaartse door VANAHEIM trokken. Vanwege hun democratische bestuursvormen, hun vooruitstrevende denkbeelden op economisch, technologisch en vooral sociaal vlak zou GOTHAR, de keizer van Vanaheim, vanop de hoogste toren van zijn paleis geroepen hebben: “Vervloekt zijn zij, die ambetanterikken!”